baklava

/5

PRESENTATION

Wie in Griekenland is geweest, heeft ongetwijfeld een koffer vol herinneringen meegenomen: naast het blauw van de zee en het gezang van de cicaden ook de intense en onmiskenbare smaak van baklava! Maar het is geen exclusief Grieks gebak; integendeel... baklava is in al zijn varianten een lekkernij die je in veel landen op de Balkan en in het Midden-Oosten kunt proeven, net als andere recepten met onzekere oorsprong zoals tzatziki of de Dolma's in druivenbladeren. De verschillen zijn talrijk en lopen uiteen van de vorm, het aantal lagen en de vulling, die met verschillende soorten noten kan worden gemaakt: in Turkije, bijvoorbeeld, gebruikt men vooral pistachenoten. Ooit maakten huisvrouwen baklava alleen bij speciale feesten en gelegenheden omdat de bereiding veel tijd en geduld vergde. Tegenwoordig wordt vaak kant-en-klaar filodeeg gebruikt, wat zowel tijd als moeite bespaart zonder concessies te doen aan het eindresultaat: je herkent namelijk de karakteristieke smaak van honingachtige siroop, die door de vulling wordt opgenomen en bij elke hap een explosie van zoetheid geeft! Wij kozen voor amandelen, maar je kunt vorm en vulling variëren om een versie te maken die zo dicht mogelijk bij jouw herinnering ligt…

Als je van filodeeg houdt, probeer dan ook de hartige filotaart in de koekenpan met courgette!

INGREDIENTS

voor een ovenschaal van 36x27 cm
Filodeeg 300 g - vers (rechthoekig)
Geschaafde amandelen 400 g
Boter 300 g
Kaneelpoeder 8 g
voor de siroop
Honing millefiori 250 g
Suiker 200 g
Water 200 g

Bereiding

Om de baklava te maken, smelt je eerst de boter in een klein pannetje. Laat de gesmolten boter afkoelen en maak ondertussen de vulling: doe de gepelde amandelen in een keukenmachine 1 en hak ze grof, voeg dan kaneelpoeder toe 2 en meng goed zodat het geheel gemengd is 3.

Neem een ovenschaal van 36x27 cm (deze moet dezelfde maat hebben als de vellen filodeeg) en bestrijk de bodem met de gesmolten boter 4. Leg een eerste vel filodeeg in de schaal 5 en bestrijk dit met gesmolten boter 6,

bedek het daarna met een tweede vel filodeeg 7 en bestrijk dat opnieuw met gesmolten boter. Bestrooi nu een derde van de vulling over het hele oppervlak, bedek met nog 2 vellen filodeeg 9, ieder afzonderlijk beboterd, en ga zo door door afwisselend vulling en lagen filodeeg te leggen; elke laag moet bestaan uit 2 vellen die elk apart zijn beboterd: in totaal maak je 3 lagen.

Nadat je de laatste laag vulling hebt verdeeld 10, maak je de baklava af met 8 vellen filodeeg op elkaar gelegd en elk afzonderlijk beboterd 11: in totaal moet je 14 vellen filodeeg gebruiken. Snijd de baklava nu in ruitjes van ongeveer 4 cm met een goed scherp mes 12 en bak in een voorverwarmde statische oven op 1600 gedurende 40 minuten op de middelste richel.

Maak ondertussen de siroop: verwarm het water in een pannetje, voeg dan de suiker toe 13 en de honing 14 en laat gedurende minstens een uur op heel laag vuur zachtjes koken 15.

Haal de baklava uit de oven zodra hij klaar is en laat volledig afkoelen. Wanneer de siroop klaar is, giet je deze nog heet over de bovenkant van de baklava zodat alle spleten worden gevuld 17. Zet de baklava in de koelkast en geniet er de volgende dag van 18!

Bewaren

Baklava kun je ongeveer 4 dagen in de koelkast bewaren. Invriezen wordt afgeraden.

Tip

Je kunt het notenmengsel naar eigen smaak variëren door ook pistachenoten, walnoten of hazelnoten te gebruiken. Daarnaast kun je de siroop aromatiseren met een paar druppels vanille-extract.

Als je diepgevroren filodeeg gebruikt, moet je het de hele nacht in de koelkast laten ontdooien voordat je het gebruikt.

Wist je dat baklava volgens historische bronnen de voorloper is van onze Appelstrudel?

For the translation of some texts, artificial intelligence tools may have been used.