Romige Romeinse carbonara

/5

PRESENTATION

Er bestaat geen vastgelegd recept voor de carbonara: sommigen geven de voorkeur aan lange pasta en anderen aan korte pasta, alleen met eidooiers of met toevoeging van een heel ei, meer of minder droog… chef Luciano Monosilio legt ons uit hoe je een romige Romeinse carbonara bereidt! Een versie binnen ieders bereik die je een perfect resultaat geeft, zowel qua smaak als qua smeuïgheid van de saus. De ingrediënten zijn klassiek: gerijpte guanciale, eidooiers, Pecorino (met toevoeging van Grana Padano om het zout te balanceren) en versgemalen peper. Het extraatje ontdek je alleen door te lezen en te koken!

Probeer ook deze smakelijke varianten:

INGREDIENTS

Ingrediënten
Spaghettoni 320 g
Wangspek 200 g - (3-4 maanden gerijpt)
Eierdooiers 4 - (van middelgrote eieren)
Grana Padano DOP 30 g - (om te raspen)
Pecorino Romano DOP 20 g - (om te raspen)
Zwarte peperkorrels 20 g - (vers te malen)
Om te serveren
Pecorino Romano DOP 20 g - (om te raspen)

Bereiding

Om de romige Romeinse carbonara te maken, snijd je eerst de guanciale: verwijder de zwoerd en het peperige deel 1 (door het peperige deel te verwijderen voorkom je dat de guanciale tijdens het bakken verbrandt), snijd hem daarna in blokjes van een halve cm 2. Bak de guanciale in een licht verwarmde pan zonder extra vet 3. De guanciale moet in het begin op laag vuur goudbruin kleuren, daarna kun je het vuur verhogen zodra hij begint te kleuren. Breng intussen een pan met water aan de kook om de pasta te koken.

Wanneer de guanciale roze-goud van kleur is geworden 4, zet je het vuur uit en giet je het bakvet in een kom 5. Zet zowel de guanciale als het vet even apart 6.

Als het water kookt, voeg je matig zout toe en kook je de spaghettoni al dente 7. Rasp ondertussen de Grana Padano DOP en de Pecorino romano 8 en doe ze in een stalen kom. Voeg de eidooiers toe, goed gescheiden van het eiwit 9.

Voeg versgemalen peper toe 10 en begin te kloppen met een garde 11, giet vervolgens een soeplepel van het pastakookwater erbij 12.

Voeg ook een soeplepel van het guancialevet toe 13, zet de kom op de pan met pasta en zorg dat je een afstandsstuk tussen de pan en de kom plaatst; wij gebruikten een soeplepel: op die manier kan de pan eronder ademen en zal het water niet overkoken 14. Blijf roeren totdat de dooiercrème 65 bereikt; om te controleren of hij klaar is kun je de spatel erin steken en kijken of de crème niet wegloopt 15.

Giet de pasta al dente af en schep hem in de kom, die je van het vuur hebt gehaald 16. Blijf continu roeren met een tang en maak de pasta smeuïg met pastakookwater naar behoefte. Voeg tot slot bijna alle guanciale toe 17, voeg nog wat pastakookwater toe, roer nogmaals en maak de bereiding af au bain-marie. Schep op en werk de borden af met extra guanciale, een handje geraspte Pecorino romano en een snufje peper: je romige Romeinse carbonara is klaar om geserveerd te worden 18!

Bewaren

Het wordt aangeraden de romige Romeinse carbonara direct te consumeren.

Als je wilt kun je de guanciale van tevoren aanbraden, zorg er dan voor dat je het vet op kamertemperatuur bewaart zodat het niet stolt.

Tip

De ideale rijpingstijd van de guanciale is 3-4 maanden: hoe langer hij gerijpt is, hoe aromatischer hij wordt bij het bakken (en hoe minder zout).

Voor een perfecte smeuïgheid heb je ongeveer 20 gram eidooier nodig per 60-70 gram pasta.

Weetjes

Het carbonara-recept is ontstaan als maaltijd van de kolenbranders die in het bos gingen werken en vleeswaren, kaas en kippen meenamen. De peper werd veel later toegevoegd om een balsemische toets te geven. De originele versie was dus heel anders dan de recentere, en nog steeds verschilt de carbonara die thuis bij de Romeinen wordt gemaakt van die in restaurants, waar men juist streeft naar absolute smeuïgheid!

For the translation of some texts, artificial intelligence tools may have been used.