Engelse cake
- Easy
- 1 h 20 min
- Kcal 312
Het appelstrudel is een gebak dat typisch is voor Trentino-Zuid-Tirol, maar de oorsprong gaat vele eeuwen terug… men zegt namelijk dat een voorloper ervan al in de tijd van de Assyriërs bekend was en zich in de loop der tijd verspreidde naar Griekenland en Turkije, waar het de naam baklava kreeg. Dit recept vestigde zich later in Hongarije en Oostenrijk, en daardoor ook in Trentino, waarbij het de kenmerken kreeg die het nog steeds heeft: de vulling werd verrijkt met appels, de noten werden vervangen door pijnboompitten en er werden ook rozijnen toegevoegd. In plaats van filodeeg koos men bovendien voor een eenvoudiger deeg met een neutrale smaak, dun maar elastisch, perfect om de vulling te omwikkelen zonder te scheuren.
Het geheim om een perfect strudel te maken ligt ook in het goed uitrollen van het deeg, maar niet alleen dat: een laagje geroosterd paneermeel is essentieel om het vocht dat het fruit tijdens het bakken afgeeft op te nemen en te voorkomen dat het deeg vochtig wordt. De boter waarmee het wordt bestreken zorgt dan weer voor een heerlijk krokant en goudbruin effect!
Ontdek met onze aanwijzingen hoe je thuis de originele traditionele appelstrudel maakt, geurend en rijk aan fruit: hij is heerlijk als je hem nog lauw serveert met een bolletje vanille-ijs of als begeleiding bij een kopje goede Glühwein!
Hier zijn nog andere varianten van dit typische gebak, zowel traditioneel als creatief:
Hier vind je ook hartige varianten van de strudel:
Om appelstrudel te maken begin je met het deeg: doe in een kom de bloem 1, het zout 2 en het water 3.
Voeg ook de zonnebloemolie 4 toe. Klop het ei los in een apart bakje 5 en voeg het bij het mengsel 6.
Meng de ingrediënten met een vork 7, daarna leg je het mengsel op het werkblad en kneed je met de handen 8 totdat je een glad en homogeen deeg hebt 9. Wikkel het in plasticfolie en laat het een uur rusten in de koelkast.
Laat ondertussen de rozijnen in de rum weken 10. Smelt de boter in een pan, voeg dan het paneermeel toe 11 en laat het op middellaag vuur goudbruin worden, regelmatig roerend 12.
Zet het paneermeel apart en ga verder met de appels: schil ze 13 en verdeel ze in partjes 14, verwijder daarna het klokhuis en snijd ze in dunne plakjes 15.
Doe de appels in een kom en voeg de suiker 16, de geroosterde pijnboompitten 17 en de kaneel 18 toe.
Voeg ook de goed uitgelekte en uitgeknepen rozijnen toe 19 en de citroenrasp 20. Meng alles voorzichtig door elkaar 21; het is belangrijk deze stap niet te vroeg te doen om te voorkomen dat het fruit tijdens het marineren te veel vocht afgeeft.
Als het deeg lang genoeg heeft gerust, bestuif je het licht met bloem 22 en rol je het met de deegroller uit tot een rechthoek van 35x45 cm 23. Leg het deeg op een vel bakpapier 24.
Smelt de resterende boter en bestrijk het deeg ermee, verdeel vervolgens het geroosterde paneermeel erover en laat de randen vrij 25. Voeg de appels toe 26 en strijk ze egaal uit zodat je een gelijkmatige laag krijgt 27. Rol de rechthoek op vanaf de lange zijde met behulp van het bakpapier en vouw de uiteinden naar binnen om ze goed te sluiten.
Leg de rol diagonaal 28 en verplaats hem op de bakplaat samen met het bakpapier, waarbij de sluiting altijd naar beneden wijst. Bestrijk het oppervlak met de resterende gesmolten boter 29 en bak in een voorverwarmde oven op 200°C (hetelucht uit) gedurende ongeveer 40 minuten 30.
Als hij mooi goudbruin is, haal je hem uit de oven en laat je hem iets afkoelen voordat je het strudel met poedersuiker bestuift 31 en in plakken snijdt 32. Je appelstrudel is klaar om ervan te genieten 33!