PRESENTATION

Stollen, ook bekend als Christstollen of Weihnachtsstollen, is een Duitse zoetigheid die in heel Duitsland wordt bereid tijdens de kerstperiode. Stollen is een zoet, gerezen deeg, geparfumeerd met verschillende specerijen en verrijkt met gekonfijt fruit, gedroogd fruit en geroosterde amandelen, met een zachte, broodachtige structuur en een laagje poedersuiker eroverheen.
Stollen wordt in heel Duitsland gemaakt in diverse varianten, maar de oorsprong is terug te voeren naar de stad Dresden, waar over dit gebak al in 1474 berichten bestaan. De Dresdner Stollen (Dresdens stollen) is beschermd door een beschermde geografische aanduiding en slechts 150 bakkers uit Dresden produceren de officiële versie.
Het recept voor de stollen dat we hier presenteren vraagt wat geduld bij de bereiding en het toevoegen van een marsepeinrolletje in het midden: het is perfect voor jullie kerstavonden of als heerlijk cadeau voor vrienden en familie.

INGREDIENTS

Ingrediënten
Manitobabloem 700 g
Volle melk 250 ml
Gedroogde biergist 1 zakje - (8 g)
Honing 1 theelepel
Suiker 200 g
Boter 300 g
Eieren - middelgroot 2
Geschaafde amandelen 100 g
Rum 100 ml
Rozijn 150 g
Gekonfijte sinaasappel 150 g
Citroenschil 1
Verse gember 15 g - om te raspen
Kardemom ½ theelepel
Vanillestokje 1
Fijn zout 12 g
Marsepein 200 g
voor de topping
Boter 50 g - gesmolten
Poedersuiker 50 g

Bereiding

Om de stollen te maken begin je met het in plakken snijden van de gekonfijte sinaasappel en vervolgens in blokjes snijden (1-2). Leg deze samen met de rozijnen te weken in een kom met lauwwarm water zodat alles net onder staat en voeg 50 ml rum toe, afgenomen van de totale hoeveelheid 3.

Leg intussen de gepelde amandelen op een bakplaat en rooster ze in de oven totdat ze knapperig zijn maar niet te donker 4. Als je amandelen met vel hebt, blancheer ze 5 minuten in kokend water en verwijder dan het vel, dat er zo makkelijk afgaat. Laat de amandelen afkoelen en hak ze grof 5 en zet ze apart. Rasp de schil van de citroen en de gember in een kom en zet apart 6.

Los de gist (je kunt ook een blokje verse bakkersgist verkruimelen) op in een beetje lauwwarme melk (genomen uit de totale hoeveelheid van het recept) en voeg daar een theelepel honing aan toe (7-8). Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden waarin je de gist zult gieten 9.

Roer met een theelepel en voeg al roerend beetje bij beetje wat bloem bij de gist, totdat je een beslagachtige samenstelling krijgt; laat dit zo in het midden liggen zonder te kneden 10. Dek alles af met plasticfolie 11 en laat minstens een halfuur rijzen op een warme plek, tot het mengsel in volume is verdubbeld 12.

Terwijl het beslag rijst, snijd je een vanillepeul in twee en schraap je de zaadjes eruit met de punt van een mes 13. Doe de geopende peul en de zaadjes in een kom met de resterende melk die je hebt verwarmd 14. Laat de boter smelten en laat afkoelen; giet ondertussen de rozijnen en de gekonfijte sinaasappel af, dep ze droog met keukenpapier, wentel ze door de bloem 15 en zeef ze daarna om het overtollige bloem te verwijderen.

Op dit punt klop je in een kom de twee eieren en voeg je de melk toe waarin je de vanille hebt laten trekken (haal de peul er eerst uit) 16. Voeg het zout en de kardemom toe 18 en tenslotte

de geraspte citroenschil en gember 19. Giet het gist- en bloemmengsel in de kom van een standmixer (of in een ruime kom als je met de hand kneedt) en zet de mixer aan met de platte menghaak op lage snelheid. Giet het eier- en melkbeslag erbij 20 en vervolgens nog eens 50 ml rum 21 en de suiker.

Voeg als laatste beetje bij beetje de lauwwarme gesmolten boter toe 22. Zodra de ingrediënten opgenomen zijn, haal je de platte menghaak eraf en zet je de deeghaak erop; kneed vervolgens ongeveer 10 minuten totdat het deeg homogeen is en volledig om de haak kleeft. Voeg de fijngehakte (afgekoelde) amandelen toe en daarna de door bloem gehaalde rozijnen en gekonfijte sinaasappel 23 en kneed nog een paar minuten. Leg het deeg op een werkblad en vorm het tot een ronde bol 24.

Leg deze vervolgens in een ruime kom, dek af met plasticfolie en laat een uur rijzen op een warme plek 25. Vorm intussen het marsepein tot een cilindertje 26. Na de rijstijd leg je het deeg op het werkblad, rol je het uit tot een rechthoek en druk je met de deegroller in het midden; rek het deeg iets uit zodat er aan de lange zijden een dikkere bolling ontstaat aan de ene kant 27.

Vouw de korte zijden naar binnen om de rechthoekige vorm van het deeg weer te herstellen 28. Leg in de ontstane kuil, naar de grotere bolling toe, het marsepeinstokje en vouw vervolgens de dunnere zijde over de dikkere 30 en

druk in het midden met de deegroller om goed af te sluiten en de klassieke vorm van de stollen te verkrijgen 31. Vorm het met je handen nog een beetje bij zodat de stollen een regelmatige vorm krijgt 32 en leg hem op een met bakpapier beklede bakplaat. Bak in een voorverwarmde oven (boven- en onderwarmte) op 180°C gedurende circa 60–70 minuten, totdat de stollen amberkleurig is 33.

Haal de stollen uit de oven, bestrijk direct met gesmolten boter 34 en bestrooi royaal met gezeefde poedersuiker 35, laat vervolgens afkoelen op een rooster. Wikkel hem daarna in aluminiumfolie en laat de stollen enkele dagen rusten op een koele plaats (niet in de koelkast) voordat je hem aansnijdt, zodat hij vocht kan opnemen en de klassieke structuur krijgt. Geniet van je stollen en fijne kerstdagen allemaal!!

Bewaring

Na de twee dagen rust kun je de stollen onder een stolp bewaren gedurende een week.

Advies

Als je geen kardemom kunt vinden, kun je in plaats daarvan kaneel en nootmuskaat gebruiken.

For the translation of some texts, artificial intelligence tools may have been used.