Bladerdeegrozen

/5

PRESENTATION

De bladerdeegroosjes zijn heerlijke éénpersoonsstukjes van de Rozentaart in bladerdeeg, een variant van het originele recept gemaakt met gerezen bladerdeeg. De boterachtige vulling doet denken aan die van Kaneelbroodjes, maar is hier gearomatiseerd met kardemom, die het gebak een intens, kruidig aroma geeft: een versie van Laura Onofrio en Matteo Andreotti van “Clandestino non esiste”, een hedendaagse bakery in Milaan die je zal veroveren met zijn ongelooflijk knapperige lagen! Het geheim zit hem in het lamineren, een essentiële patisserietechniek waarmee ook croissant worden gemaakt, gebaseerd op het afwisselen van vouwen en rusten. Heb dus geduld en stop hier niet… met hetzelfde deeg van de bladerdeegroosjes kun je namelijk ook de beroemde pain au chocolat maken voor een echt onvergetelijk ontbijt!

INGREDIENTS

Voor het deeg
Bloem type 0 575 g - (W280)
Volle melk 160 g - koud
Water 160 g - koude
Suiker 70 g
Verse bakkersgist 23 g
Fijn zout 13 g
Voor het lamineren
Boter 350 g - op kamertemperatuur
Bloem type 0 75 g - (W160)
Voor de vulling
Boter 300 g - zacht en smeerbaar
Suiker 250 g
Kardemom 15 g - in poedervorm
Fijn zout 4 g
Om te bestrijken
Eieren 1
Eierdooiers 1
Verse room naar smaak
Fijn zout naar smaak
Om de vorm in te vetten
Boter naar smaak

Bereiding

Om de bladerdeegroosjes te maken verkruimel je eerst de verse gist in een kom 1, voeg dan de koude melk 1 en het koude water 2 toe. Roer met een garde om de gist op te lossen 3.

Giet het mengsel in de kom van een keukenmachine met deeghaak 4, voeg vervolgens de bloem 5 en de suiker 6 toe.

Voeg ook het zout toe 7 en kneed op lage snelheid gedurende 5 minuten 8. Het deeg mag niet te sterk ontwikkeld zijn 9.

Bewerk het deeg op het werkblad tot een glad bolletje 10, leg het daarna terug in de kom 11 en dek af met meerdere lagen huishoudfolie 12. Laat de volgende nacht in de koelkast rijzen.

Maak nu de boterplaat voor het lamineren: in de keukenmachine met platte menghaak doe je de bloem 13 en de zacht geworden boter 14. Meng tot een homogeen mengsel en wees voorzichtig dat je het niet te veel bewerkt 15.

Schep het mengsel op een vel bakpapier 16, dek af met een tweede vel bakpapier en rol met de deegroller uit 17 tot een vierkant van ongeveer 20x20 cm en ongeveer 1 cm dik 18. Leg ook dit in de koelkast om te rusten.

De volgende ochtend haal je het gerezen deeg uit de koelkast 19 en rol je het op een licht bebloemd werkblad uit tot een rechthoek die twee keer zo lang is als de zijde van het botervierkant 20. Leg het boterkwadraat in het midden van de rechthoek 21.

Vouw de twee zijkanten naar binnen 22 zodat ze het boterkwadraat bedekken, zorg dat de deegranden precies in het midden op elkaar aansluiten 23. Rol het deeg opnieuw uit met de deegroller in de richting van de vouwen, beginnend met lichte druk zodat de boter binnenin niet breekt. Je krijgt weer een rechthoek 24.

Vouw nu een drievoudige vouw: vouw de zijkanten naar het midden en laat ze op elkaar aansluiten 25. Snijd met een scherp mes de lange zijden van de verkregen rechthoek in de lengte in 26. Leg het bladerdeeg op een bakplaat, dek af met folie 27 en laat 30 minuten in de koelkast opstijven.

Haal het deeg na die tijd weer uit de koelkast en maak nog een keer een drievoudige vouw 28 29, leg het terug op de bakplaat 30 en laat opnieuw 30 minuten in de koelkast rusten, steeds afgedekt met folie. Herhaal deze handeling nog een derde en laatste keer; nu laat je het circa 1,5–2 uur in de koelkast rusten.

Maak de vulling: doe de boter op kamertemperatuur in een kom 31, voeg het zout 32 en gemalen kardemom 33 toe.

Voeg ook de suiker toe 34 en meng alles met een spatel 35 tot een homogeen mengsel 36. Zet apart op kamertemperatuur.

Na de rusttijd haal je het bladerdeeg uit de koelkast en rol je het met de deegroller uit 37 tot een rechthoek van ongeveer 30x40 cm en ongeveer 5 mm dik. Besmeer het oppervlak met het boter-kardemommengsel met een spatel 38. Snijd de rechthoek vervolgens in de lengte doormidden en snijd stroken van ongeveer 15x5 cm 39; je zou 16 bladerdeegstroken moeten krijgen.

Rol elke strook op 40 zodat je rolletjes vormt 41. Leg de rolletjes één voor één in een goed ingevette muffinvorm en zorg dat je ze uit elkaar plaatst 42. Laat ze ongeveer 3 uur rijzen in een uitgeschakelde oven met het lampje aan; bespuit ze af en toe licht met water om te voorkomen dat het oppervlak uitdroogt.

Maak ondertussen het bestrijkmengsel: klop het ei, de dooier en de room in een kommetje 43, voeg het zout toe 44 en meng 45.

Na de rijs bestrijk je de rolletjes met het roommengsel 46 en bak je ze in een voorverwarmde heteluchtoven op 180°C ongeveer 6 minuten. Steek daarna een propje aluminiumfolie in de ovendeur om deze een beetje open te houden en bak nog circa 12 minuten verder. Haal ze uit de oven zodra ze mooi goudbruin zijn 47 en serveer je prachtige bladerdeegroosjes 48!

Bewaren

De bladerdeegroosjes zijn 1–2 dagen op kamertemperatuur te bewaren, afgedekt met een stolp. Verwarm ze kort in de oven voordat je ze serveert.

Je kunt de rolletjes ook rauw invriezen vóór de laatste rijs; laat ze in de koelkast ontdooien en zodra ze op kamertemperatuur zijn, ga je verder met het recept.

Tip

Om het boter-kardemom mengsel te mengen kun je de keukenmachine met platte menghaak gebruiken.

For the translation of some texts, artificial intelligence tools may have been used.